Aan de oever, aan het strand

‘Op zekere dag verliet Jezus zijn huis en ging aan de oever van het meer zitten. Toen verzamelde zich bij Hem een menigte zó talrijk, dat Hij in een boot moest stappen, terwijl de menigte langs het strand bleef staan.’

Het begin van de lezing uit het Evangelie van dit weekend raakt mij op twee manieren. Als ik het van de ene kant bekijk, zie ik een strand voor me bij mooi weer. Na de lockdown wil iedereen er graag weer op uit. Inderdaad, ik ben niet de enige. Het strand loopt helemaal vol. Voor mij te vol. Ik vertrek maar weer. Jezus blijft en stapt in een boot om de menigte toe te spreken. Ik heb daar onvoldoende durf voor.

Er is ook een andere kant. Een hele menigte drijft een aantal mensen naar de rand van het meer of de zee. Die mensen moeten wel in een boot stappen. Er is geen andere mogelijkheid. Ze spreken de menigte niet toe, maar varen een ongewisse toekomst tegemoet. Ze voelen zich opgejaagd.

Het gaat dit weekend in onze kerken over zaaien. Een deel valt in goede aarde, een ander deel heeft geen goede grond. Mijn eerste voorbeeld laat zien dat ‘mijn eigen ik’ op de voorgrond staat. Ik wil er graag op uit en (alleen) op het strand zijn. Maar velen denken hetzelfde. Het lijkt op Gods Woord op een onvruchtbare bodem. Ik vertrek omdat de situatie mij niet bevalt. Het gaat niet zo als ik het wil.

In mijn tweede voorbeeld kunnen sommige mensen niet kiezen. Zij moeten op de vlucht voor een dreigende menigte. Ze kunnen maar één kant op. Weg! Waarheen? Ze weten het niet. Dat raakt me. Die mensen komen ergens aan wal. Laat mij daar dan staan om ze welkom te heten. Laat naast mij een grote menigte staan, die hetzelfde doet. Dan valt Gods Woord in goede grond.

Diaken Gerrit Fennema

 

 

In Memoriam Pater Fons Geerts

In Memoriam pater Fons Geerts                  * 9 november 1930        † 17 mei 2020

 

For he is a Mill Hill man (want hij is een Mill Hiller)

Heel vaak is deze zin gezongen. Misschien ook wel deze week bij zijn begrafenis. We weten het niet. We mochten er niet bij zijn. Bij veel momenten in zijn leven waren we er wel. Nu pater Fons Geerts zijn laatste reis is begonnen was hij alleen. In zijn slaap overleden, rustig en stil. Precies zoals hij zijn leven leefde. We kennen Fons allemaal als rasechte missionaris.

Fons vertrok in 1956 naar Oeganda om daar Gods Woord te verkondigen. Fons zei: “Ik heb die weg te gaan, daar is mijn nieuwe leven. God heeft mij beloofd met me mee te gaan. Mij kan dus niets overkomen”.

Fons ging in vrede en met vrede. Hij kon de mensen in Oeganda helpen bij hun geloof en bij de opbouw van hun huizen en scholen. Goed werk. Fons deed het met hart en ziel. Tot het moment dat Idi Amin hem verbood nog langer in Oeganda te blijven. Fons moest vluchten en kon in het naburige Kenia zijn werk voortzetten. Hier heeft father Fons heel veel werk verricht. Samen met de bevolking bouwde hij scholen en ziekenhuizen. Eerst met hard geworden modder en strodaken. Later met –door de bevolking gebakken- stenen en daken met golfplaten. Een grote verbetering. Tot 1999 bleef Fons in Kenia. Toen kwam hij terug naar Nederland als missionaris in ruste.

Maar Fons is er de mens niet naar om stil te zitten. Hij bleef via de moderne media met Kenia verbonden. Hij bleef collecteren om de mensen ter plaatse te steunen. Hij wist van geen ophouden. Hij begon een nieuwe missie. Fons ondersteunde vanaf 1999 de pastores in de regio. Regelmatig ging hij voor in vieringen. Hij heeft dat nog vijftien jaren met liefde gedaan. Wij zijn hem veel dank verschuldigd. Fons, de mens, de missionaris, de priester, de bouwvakker, de vriend, de collega, maar bovenal een mens met een hart vol vrede en liefde voor zijn medemensen.

Dankjewel Fons. Moge God jou een goede plaats geven in zijn huis van liefde en vrede.

Diaken Gerrit Fennema

namens het pastoraal team parochie Sint Jan de Doper

MOEDER MARIA

Gaandeweg is Maria me lief geworden.

Ik bid tot haar, ik bid met haar,
ik zing voor haar.
Ze is een heerlijke vrouw.
Hoe komt ze anders aan zo’n Zoon?
Maar ik weiger te geloven dat alles
in haar leven vanzelf ging.
Dat alles van een leien dakje liep.
Zo’n Maria boeit me niet eens.
Ik hou van een Maria zoals ze vanuit
de bijbel tot mij komt: een Maria die een geloofsweg is gegaan.

Ik hou van een Maria die Gods lof zong, ook al wist ze niet wat
de dag van morgen zou brengen.
Ik hou van een Maria die vrijheid gaf aan haar Zoon, ook al lag ze ’s nachts wakker van zorgen.
Ik hou van een Maria die haar Zoon zo heeft losgelaten
dat Hij er van Godswege kon zijn voor alle mensen.

Ik hou van een Maria die haar Zoon zo liefhad
dat ze uiteindelijk stond waar ik nooit hoop te staan,
onder een kruis.
Is het niet wat elke moeder doet?
Die kinderen van ons,
ze gaan hun eigen weg
maar in de nood gaat moeder hen opzoeken
en houdt de wacht.

Desnoods tot onder een kruis.
Goed dat we een moeder hebben
van wie we veel kunnen leren: Maria.