Mot met God

Er was eens een rups die honger had.
Ze bekeek de struik waar ze zat
en zag daar heerlijk vers groen blad.
Ze proefde en smulde. Ze at en at.

Ze riep haar zussen en broers erbij,
lenig en hongerig, net als zij.
Die kropen erheen in een lange rij
en smulden mee van de lekkernij.

Het duurde heel lang, dit feestelijk maal.
En tja, op het einde van het verhaal
waren de rupsen dus allemaal
moddervet en de takken kaal.

Waarna onze rups iets nieuws begon:
ze maakte en draad, ze spon en spon,
sliep heel de winter in haar cocon,
en verscheen als een mot in de lentezon.

Toen kwam Palmpasen in het land.
De koster met snoeischaar in de hand
en aan zijn arm een grote mand,
riep: “Buxus, wat is hier aan de hand?”

“Mijn struik is helemaal kapot.
Geen palmtak, geen Pasen, oh, wat rot!
en allemaal door die buxusmot!
dat beestje heeft nu Mot met God!”

Dat hoorde de mot en ze voelde schuld
dat zij Gods lof had opgesmuld
door vraatzucht en door ongeduld.
ze werd van groot berouw vervuld.

Ze riep haar familie bij elkaar
en preekte: “Keer je om dit jaar!
neem moerbei of andijvie maar,
want de buxustak is wonderbaar!”

Marjet de Jong, 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *